Deze week
Bid u deze week mee voor:

Tweede Valthermond
Inwoners: ± 50
Laatste notitie

Het is een feit, op de locatie van, en in samenwerking met het 24-uursgebed en regiogebed mogen we ...

Tekst van de dag
fotostrip met beelden uit de geschiedenis van de Veenkoloniën


   Real Time Web Analytics

  

Oude bronnenKort overzicht van vroegere geestelijke werkers in de Veenkoloniën

In Genesis 26:18 lezen we:
De waterputten die in de tijd van zijn vader Abraham waren gegraven en die de Filistijnen na Abrahams dood hadden dichtgegooid, groef Isaak weer open, en hij gaf ze dezelfde namen als zijn vader ze had gegeven.
Deze tekst maakt drie dingen duidelijk:

  1. Abraham heeft putten gegraven waar gezond water te halen was.
  2. Jaloerse buitenstaanders gooien de putten dicht.
  3. Het nageslacht van Abraham graaft de oude putten weer open.
Aan deze gegevens ligt een geestelijk principe ten grondslag. Ook in het Veenkoloniaal gebied zijn geestelijke putten gebouwd waaruit zuiver water stroomde.

Een aantal christenen nam veel moeite om in de geestelijke en materiële nood van de arbeiders in de Veenkoloniën tegemoet te komen. Zonder te zeggen dat dit overzicht compleet is wil ik enkele namen noemen. Zij groeven bronnen waaruit geestelijk water stroomde.

Jan van PetegemVoorganger van de Vrije Evangelische Gemeente te Veendam

Grafsteen ds. J. van Petegem
Grafsteen ds. Jan van Petegem



Hij was het, die velen tot een ander leven bracht. Er werd, 60 jaren geleden, in Muntendam veel gedronken. Maar aan ds. Van Petegem moet de eer worden toegekend, dat hij de drankzucht heeft ingeperkt en de nuchterheidsbeweging heeft verstevigd

De heer Siekman, 1955.

Jan van Petegem werd geboren op 21 januari 1842 te Zaamslag, Zeeland. Hij was de zoon van een timmerman en ging ook later zelf het timmermansvak in. Toen hij naderhand in Goes woonde leed hij zeven maanden lang aan tyfus. Op een avond kwam de bekende dominee Budding, voorganger in de Vrije Evangelische Gemeente, langs. Hij zei tegen Van Petegem: "Je moet je bekeren en je hart aan de Here Jezus geven, dan zal je beter worden. Meer heb ik je niet te zeggen." Die nacht kwam Van Petegem na een lange worsteling tot geloof en begon hij te herstellen van zijn ziekte. Al snel belegde Van Petegem bijeenkomsten voor polderjongens. Dat was in 1873. Daarna preekte hij in de evangelisatie te Spaarndam. In 1878 vond er een grote geestelijke opleving plaats in Nederland. Vanuit Amsterdam kwam de oproep om overal in ons vaderland het evangelie van Jezus Christus als Volkomen Verlosser te verkondigen. Van Petegem gaf gehoor aan deze oproep en werd rondreizend prediker. Overal waar hij kwam zaten de zalen vol en kwamen velen tot geloof.

In 1880 belandde Van Petegem in de Lutherse Gemeente te Veendam Wildervank. Deze gemeente was vacant en Van Petegem werd aangesteld als tijdelijk hulpprediker. Hij begon de kerk te gebruiken voor evangelisatiesamenkomsten en van heinde en ver kwamen mensen om te luisteren. In die tijd werden er een jongens- en een meisjesvereniging opgericht. Van Petegem kreeg zijn ontslag als hulpprediker toen er een nieuwe dominee werd aangesteld. Hij wilde zijn leven als reizend prediker weer oppakken, maar werd door talrijke gelovigen overgehaald een nieuwe gemeente te beginnen. Op 6 november 1881 was de Vrije Evangelische Gemeente te Veendam een feit.

Van Petegem bleef actief in het evangelisatiewerk. Hij bezocht de dorpen in de omgeving en organiseerde naast samenkomsten ook allerlei kleding- en voedselacties voor de allerarmsten. Ook Muntendam schuwde hij niet, wat in die tijd bekend stond als een 'rovershol'. Er was daar veel armoede, drankmisbruik en geweld. Van Petegem hield zijn samenkomsten in lokalen of aan huis, of als het niet anders kon, in cafés.

Natuurlijk was niet iedereen even blij met het werk van Van Petegem. Toen hij op een avond vanuit Stadskanaal in z'n eentje naar huis wandelde, werd hij opgewacht door mannen die een einde aan zijn leven wilde maken. Zij hadden zich aan de kant van de weg verstopt, maar toen Van Petegem dichterbij kwam durfden zij hem niet aan te vallen. Later kwamen deze mannen tot geloof en vertelden waar zij zo bang voor waren: de dominee werd vergezeld door twee sterke mannen. God had Zijn engelen gestuurd om Van Petegem te beschermen.

In 1884 kreeg Van Petegem een grote gift. Daarvan bouwde hij naast het kerkgebouw aan het Boven Westerdiep een consistorie die tevens bedoeld was voor opvang van armen, daklozen, zieken en drankverslaafden. Achter het gebouw werd een loods gebouwd waarin allerlei werk door de gasten kon worden verricht. Het gebouw aan het Boven Westerdiep bestaat nog steeds. Het werd "Villa Maria" genoemd, naar de vrouw van Jan van Petegem, Susanna Maria van der Peijl. Uit hun huwelijk zijn negen kinderen geboren, zes zonen en drie dochters, van wie vier zonen predikant of godsdienstonderwijzer zijn geworden.

Op 29 maart 1914 overleed Jan van Petegem. Zijn werk onder de veenwerkers was rijk gezegend. Velen kwamen tot geloof, velen kregen een meer menswaardig bestaan. De periode die hij hier woonde en werkte wordt gezien als een opwekking in Veendam en omgeving.

Willem Braak-HekkeEvangelist in de venen

Ds. W. Braak-Hekke, evangelist in de venen
Ds. W. Braak-Hekke



Als ik maar even in herinnering bracht, dat er den Zondag, met goed weer, wel omstreeks honderd menschen komen om 't heerlijk Evangelie te hooren, dan vergat ik, o, zoo veel van het ongeriefelijke.

Willem Braak-Hekke, 1920.

Veenkerk Klazienaveen
Veenkerk, Klazienaveen



Ds. W. de Weerd, domeneer van Turfland
Ds. W. de Weerd



Ik kreeg het volk in Zuidoost Drenthe lief.

Interview met De Weerd in 1934.

U moet bovendien niet vergeten dat hier een ontzaggelijk verschil is tussen de mensen. Ze komen uit allerlei streken. De bevolking hier heeft geen eigen geschiedenis, niet één geest, niet één sfeer.

Interview met De Weerd in 1934.

Braak-Hekke, geboren 1865, was een boerenzoon uit de Achterhoek. Hij kwam naar Emmer Compascuum om te evangeliseren en te onderwijzen. Op 10 november 1895 begon hij zijn evangelisatie in een gelagkamer van "Hotel Emmer-Compascuum" aan het Oosterdiep als filiaal van de Hervormde Kerk in Roswinkel. Het accent van het werk van Braak-Hekke ligt vooral bij het brengen van het evangelie, minder op het verbeteren van de sociale omstandigheden in het veengebied. Wel maakte hij zich sterk voor de bestrijding van het alcoholisme. Aan zijn uiterlijk was hij duidelijk te herkennen: de man in het zwarte pak en met een aartsvaderlijke baard.

In Klazienaveen bereidde Braak-Hekke de weg voor Willem de Weerd in Klazienaveen (zie hieronder). Op een zondagmiddag was hij daar in de buurt voor een preekbeurt en zag dat het veen aan snee was. In een brief aan de heer Scholten, eigenaar van het veengebied, vroeg hij hem "eerst eens een kerk te bouwen in plaats van een kroeg". De familie Scholten, waarvan grootvader predikant was geweest, bouwde in 1902 inderdaad een houten hulpkerkje. Een schaalmodel hiervan staat in de hal van de Veenkerk in Klazienaveen. Later werd het houten hulpkerkje verkocht aan Barger Compascuum.
Braak-Hekke regelde ook een houten kerkgebouw in Emmer Erfscheidenveen. Dit werd in 1925 bij een veenstaking in brand gestoken omdat de gemeenteleden weigerden om mee te staken.

In 1905 was Braak-Hekke mede-oprichter van het Christelijk Fanfare Orkest Prins Hendrik. De eerste dirigent was evangelist Van de Gronden, de eerste repetitie vond plaats in de Hervormde Kerk. Wegens gebrek aan leden werden de repetities later gehouden in de Hervormde Kerk in Emmer Erfscheidenveen. Dit kwam mede doordat de meeste leden veenarbeiders waren en die trokken met de vervening mee richting Emmer Erfscheidenveen. 'Prins Hendrik' bestaat nog steeds.
Het protestants-christelijk onderwijs in Emmer Compascuum werd door Braak-Hekke in 1913 opgericht. De huidige CBS Braakhekkeschool draagt zijn naam.

Omdat Emmer Compascuum kerkelijk nergens bij hoorde, is Braak-Hekke nooit officieel bevestigd. In 1923 werd zijn evangelisatie officieel als zelfstandige Hervormde Gemeente erkend. Braak-Hekke kreeg toen de titel vicaris en de rechten van een hulpprediker. In 1930 overleed Braak-Hekke te Emmer Compascuum.

Willem de WeerdDe domeneer van Turfland

De heer W. de Weerd was evangelist bij de Hervormde Bondsevangelisatie Immanuël te Klazienaveen. Hij begon zijn pioniersarbeid onder de veenwerkers in 1904. Er stond toen een klein houten noodkerkje, in 1902 neergezet op initiatief van Braak-Hekke, de evangelist van Emmer-Compascuum. De Weerd stelde zich als doel: "Ik blijf totdat hier een kerk is gesticht."
De plaatselijke bevolking bracht voor het traktement van de evangelist 200 gulden bij elkaar. De familie Scholten, eigenaar van het gebied (Klazienaveen dankt haar naam aan mevrouw Klaziena Scholten), deed de rest, waaronder 10.000 turven en af en toe een nieuwe fiets.
In 1923 stond de nieuwe kerk er. De eerste steen werd door De Weerd gelegd in juni 1922. Achter deze eerste steen zijn twee flessen ingemetseld. In één van deze twee bevindt zich een papier met de volgende tekst: "dat hij, die breekt deze muren, bezield met de geest om af te breken, zij gewaarschuwd, want het woord de Heren is tot in eeuwigheid". Achter de steen bevinden zich eveneens een Emmer Courant, een Asser Courant en een Veenbode, samen met een aantal muntstukken en bankbiljetten uit 1922. Het gebouw werd al spoedig 'Veenkerk' of 'Kerkie van De Weerd' genoemd.

De Weerd trok zich het lot van de mensen aan. Hij probeerde hun levensomstandigheden te verbeteren en hen normen en waarden bij te brengen. In het gebied leefde bijgeloof in heksen en spoken en er was angst voor duivels. Veel kinderen stierven 'behekst' en sommige oude vrouwen werden met een scheef oog aangekeken. Meermalen werd De Weerd met de dood bedreigd. Om geld bij elkaar te krijgen voor zijn kerk ondernam hij bedeltochten door heel het land. Hij ging bij ministers op audiëntie om te pleiten voor zijn mensen. In 1916 vestigde hij met zijn eerste boek 'De domeneer van Turfland' de aandacht van christelijk Nederland op de geestelijke en maatschappelijke nood van de mensen in de Zuidoost-Drentse venen. Zijn boek noemde hij een 'papieren collectant' omdat de opbrengst ervan was bestemd voor de nieuwe kerk.

Voor zijn werk in het Veenkoloniale gebied kreeg De Weerd een koninklijke onderscheiding. Koningin Wilhelmina noemde hem de 'zendeling in eigen land'. De kerkelijke instanties keken anders naar zijn werk: het dopen van kinderen en het bedienen van het avondmaal was tegen de regels.
Dominee Willem de Weerd stierf in 1946.

Lammechien ReilingDe evangeliste met haar folders

Lammechien Reiling is een achterkleindochter van Roelof Reiling, achter wiens boerderij te Gasselternijveenschemond in 1845 de eerste zeven baptisten in Nederland werden gedoopt. Lammechien wordt onderwijzeres in Nieuwe Pekela. Zij is zevendedagsbaptiste en gelooft dat God wil dat zij de mensen in haar omgeving bekeert. Daarom schrijft, vouwt en bezorgt zij gedurende een groot aantal jaren meer dan 21.000 folders per maand in Nieuwe Pekela en wijde omgeving. Ze is daar vier uur per dag mee bezig. Zo'n 100 verschillende folders met een totale oplage van 1.750.000 exemplaren zijn door Lammechien persoonlijk verspreid.

Pastoor VeltmanGods arbeider in soldatenkistjes

Rooms Katholieke Kerk Weiteveen
De Katholieke Kerk te Weiteveen.

Op de altaartafel uit 1925 staat de tekst: "Gij verlaat niet wie U zoekt Heer"

Weiteveen (tot 1954 heette het dorp Amsterdamscheveld) zou als dochterparochie van Nieuw Schoonebeek een hulpkerkje krijgen. Het werd echter een eigen kerk, in 1919 gebouwd tussen de turfbulten. De eerste pastoor was P.J. Veltman. Zijn leven lang zou hij in Weiteveen blijven werken. Gewoonlijk liep hij in soldatenkistjes, omdat er nauwelijks goed begaanbare wegen waren in het veen. Weiteveen kreeg landelijke belangstelling toen in 1925 de tabernakel uit de kerk was gestolen. Een geldinzamelingsactie volgde. Hierdoor werd het mogelijk dat Veltman een zusterhuis liet bouwen voor de Congregatie van de Zusters Franciscanessen. Wat deze zusters hier in het armelijke veengebied verricht hebben, is moeilijk in woorden uit te drukken. Niet alleen de zorg voor de verschoppelingen in het tehuis, ook de maatschappelijke dienstverlening in de gezinnen, de ziekenverpleging en het onderwijs aan de Sint-Franciscusschool namen zij op zich. Zo brachten zij in Weiteveen in alle eenvoud iets groots tot stand.

Tegenover het zusterhuis zou later een nieuw gebouw voor de Veltmanstichting neergezet worden. Mannen en vrouwen met bijzondere sociale achtergronden of omstandigheden die zich niet kunnen aanpassen aan de situatie worden in het centrum verzorgd. Het werk van de stichting zou zich uitbreiden. Zo valt de Crisisopvang Emmen, waaronder ook het Blijf van m'n Lijf Huis, onder de verantwoordelijkheid van de Veltmanstichting. Het Blijf van m'n Lijf Huis helpt lichamelijk, seksueel en/of psychisch bedreigde vrouwen. Zij worden op een geheim adres ondergebracht.

Pastoor Veltman vergroeide door en door met zijn parochianen. Hij verrichtte in het veengebied onder zware omstandigheden zijn taak. Hij werd voor zijn werk meerdere malen onderscheiden. Zijn streven in de dertiger jaren om van de eeuwigdurende aanbidding een landelijke zaak te maken mislukte. De idee was dat parochies elkaar in een soort estafette zouden afwisselen in gebed. Maar na aanvankelijke successen meldde de pastoor in februari 1937 aan de aartsbisschop, dat deze onderneming toch niet geslaagd was. Veltman overleed in 1974 op 89-jarige leeftijd.

Kapitein KolderHet Leger op het water

Hoop was voor de veenbewoners een geladen woord. Je spitste je oren als daarover gesproken werd - of dat nu was door een Domela Nieuwenhuis of door een Leger des Heils officier die (o, ironie) kapitein Kolder heette.

Uit: Korpsgeschiedenis Leger des Heils Emmen

De Noorder Divisie van het Leger des Heils schaft in 1910 een tjalk aan. Dit Heilschip krijgt de naam 'Hoop voor allen'. Het plan is evangelisatie en sociaal werk te gaan doen in de drie noordelijke provincies. De tjalk is verbouwd en bevat een vergaderzaal voor 140 personen. Het Leger des Heils richt zich in eerste instantie op schippers en schipperskinderen. Deze kinderen krijgen immers nauwelijks onderwijs. Op de boot krijgen de kinderen les: de meisjes leren handwerken, de jongens lezen, schrijven en rekenen. Als eerste vaart de tjalk naar Hoogezand, vervolgens naar Zuidbroek en Veendam. Vandaar gaat het dieper de Veenkoloniën in. De aanloop naar het schip is groot. Velen komen er op af, niet alleen de schippersfamilies. Soms moet de politie ingrijpen om de rust buiten het schip te bewaren. De eerste gezagvoerder op de tjalk is kapitein Kolder.

Leger des Heils Evangelisatietjalk
Leger des Heils Evangelisatietjalk 'Hoop voor allen', 1910

In 1930 ontwikkelt het Leger een nieuw plan om met een motorboot de Veenkoloniën te bereiken. Het wordt de 'Febe', naar Romeinen 16:1. Gezagvoerder wordt kapitein P. Deurlo. Initiatiefnemer van het plan is kommandant Bouwe Vlas. Aan boord van het schip bevindt zich een grote tent om op het land evangelisatiewerk te kunnen doen.

In het begin van de dertiger jaren vaart de 'Febe' door de Friese, Drentse en Overijsselse wateren om nieuwe korpsen te stichten. De vroegere korpsen in de Drentse Veenkoloniën, zoals Emmer-Erfscheidenveen, Nieuw Weerdinge, Valthermond en Klazienaveen zijn mede ontstaan door de 'Febe'. Korps Emmen ontstond in de zestiger jaren, na veel moeite, als buitenpost van korps Emmer-Erfscheidenveen.

Leger des Heils Evangelisatieboot Febe
Leger des Heils Evangelisatieboot 'Febe', 1930

Albert PloegerEvangelisatie vanuit Veendam

Omstreeks 1920 werd vanuit Veendam geregeld evangelisatiearbeid verricht aan het Oude Verlaat te Muntendam. Dit gebeurde eerst in het huis van Albert Ploeger. De heer Ploeger was oorspronkelijk Nederlands Hervormd. Daar het aantal personen groeide, werd de ruimte in het huis te klein In de tuin werd daarom een lokaaltje gebouwd. Dit gebouwtje mocht ongeveer 600 gulden gaan kosten. Het gedenkboek van de Gereformeerde Kerk van Veendam vermeldt dat dit lokaaltje gebouwd werd van hout afkomstig van een gestrand schip. Hoe men daaraan kwam staat niet vermeld. Later werd dit gebouw vergroot.

Ploegers Kerkje
Ploegers Kerkje

Het gebouwtje was tot 1963 het centrum van evangelisatiewerk in de omgeving van het Oude Verlaat. De leden van de Gereformeerde Kerk in Veendam verzorgden daar jongens- en meisjesclubs, zondagsschool, vrouwen- en mannenverenigingen. De centrale figuur van dit werk was steeds Albert Ploeger, zodat het door de mensen in de buurt 'Ploegers Kerkje' werd genoemd. De officiële arbeid werd door allerlei personen verricht. Voor schoonmaak, verwarming en onderhoud kon volledig op de heer Ploeger worden gerekend tot aan zijn dood.

ConclusiesVoorbereiding op de gebedsonderwerpen

Op verschillende manieren en uit diverse 'richtingen' is er in de Veenkoloniën geëvangeliseerd. Daarbij werd het sociaal/maatschappelijk aspect niet uit het oog verloren. Veel mensen kwamen tot geloof. Velen kregen een menswaardiger bestaan.